Kom maar op!

Kom maar op!

Gehaast slingerde ze haar handtas op de bijrijdersstoel en stapte de auto in. De gure wind zorgde ervoor dat haar jas klem kwam te zitten tussen de deur. Ook dat nog. Snel opende ze de deur opnieuw, trok het onderste deel van haar beige trenchcoat naar binnen en sloeg de deur met een harde klap dicht. Het dashboardkastje viel open en herinnerde haar eraan dat ze het slotje moest laten maken. Het werkte niet meer goed. Het kastje zat altijd zo vol met cd’s, make-up, zakdoekjes en pepermunt dat ze het met geweld moest dichtdrukken als ze er iets uit gepakt had. Inmiddels was het slotje zo goed als lam.
“Ook dashboardkastjes hebben hun grenzen”, mompelde ze tegen zichzelf.
Ze boog opzij om het kastje met geweld dicht te doen, ritste haar handtas open en zocht naar het papiertje met het adres. “Hè, waar is het nou. Ik heb al zo’n haast!” vloekte ze. Opgejaagd graaide ze tussen de verfrommelde bonnetjes, haar portemonnee, gebruikte zakdoekjes en een boterham die ze gisteren niet had opgegeten, tot ze het briefje vond. Geërgerd over het feit dat ze voor de zoveelste keer teveel troep in haar handtas had, legde ze het briefje achter de versnellingspook.
Ze pakte de sleutel, stak hem in het contact en startte de auto. Meteen gingen de ruitenwissers heen en weer, zeker vergeten uit te zetten toen ze de laatste keer had gereden. Omdat ze met de trein naar haar werk ging, was het alweer enige tijd geleden zat ze voor het laatst gebruik had gemaakt van haar zilverkleurige cabriolet. Jammer eigenlijk, want het deed haar altijd goed. Wanneer ze op een zomerse dag door de stad reed, met het dak open, de radio op vol volume en haar donkere lange haren in de wind wapperden, verrekte menig man zijn nek om naar haar te kijken. Dat gaf haar altijd het gevoel dat niemand haar iets kon maken.

 

Volg Schrijver Anja op Social Media

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *