Het is goed zo

Het is goed zo

Zittend op de rand van het bed kijk ik naar haar. Haar dunne witte haar ligt sierlijk op het kussen en haar mond met uitgedroogde lippen staat een beetje open. Ik strijk een plukje haar uit haar gezicht. Haar armen liggen losjes langs haar lichaam en haar ooit zo helderblauwe ogen vol levenslust zijn gesloten. Ze is in een diepe slaap verzonken. Haar rustige ademhaling laat haar buik langzaam op en neer gaan onder het dekbed en iemand die haar niet kent zou vast denken dat ze heerlijk ligt te slapen.
‘Het is voorbij’, had ze vanmiddag tegen haar man gezegd nadat de dokter was vertrokken. Kort en krachtig, zoals dat haar kenmerkte. Volledig in paniek had hij ons daarna gebeld en natuurlijk zijn wij er direct met het hele gezin naartoe gegaan. Met z’n allen hebben we vanmiddag aan haar bed gezeten, hebben we haar laatste wensen doorgenomen en besproken welk plaatje en welke tekst zij op de rouwkaart wil hebben. Emoties wilde ze vanmiddag niet zien. ‘Ik moet geen huilende mensen aan mijn bed. Ik heb genoten van het leven en nu is het voorbij. Ik draag het stokje nu over aan jullie. Zorg dat je alles uit het leven haalt wat erin zit. Doe wat je altijd al hebt willen doen, ga ervoor en laat je door niemand beperken. Leef alsof je leven er vanaf hangt.’
De rest van de familie heeft de slaapkamer inmiddels verlaten. Ze zitten beneden in de huiskamer, of zijn eten aan het halen voor iedereen die hier nu in huis is. Ik heb ervoor gekozen om nog even te blijven zitten en haar niet alleen te laten. Haar vredige uitstraling terwijl ze ligt te slapen lijkt te zeggen: ‘het is goed zo’, maar dat gaat er bij mij maar moeilijk in. Hoe kan het dat een vrouw die altijd zo volop in het leven heeft gestaan, zich erbij neerlegt dat het voorbij is? Een vrouw die met de trein het hele land doorreisde om alle rommelmarkten af te struinen die ze maar kon vinden. Die zodra het mooi weer was op de fiets sprong, om vele kilometers door de polder te fietsen, om te genieten van de bloeiende tulpenvelden in de meest uiteenlopende kleuren, en de geuren van de bloemen op te snuiven. Een vrouw die in haar jonge jaren zo knap was dat ze weleens moe werd van alle mannelijke aandacht, maar die wist dat ze op een dag een nieuwe fase van het leven inging toen ze met wind tegen naar de school van haar zoon fietste en een tractorchauffeur enthousiast naar haar zwaaide en riep: ‘hallo moeder!’. Een vrouw die nergens bang voor was, maar die kriebels in haar buik kreeg als de kinderen te hoog op de schommel gingen. Hoe kan het dat deze vrouw zich erbij neerlegt dat ze niet meer met de kinderen naar de bioscoop of het theater kan gaan? Dat zij accepteert dat het voorbij is en dat zij haar laatste dagen vol pijn en verdriet in dit bed zal doorbrengen?
Alsof ze voelt dat deze gedachten door mijn hoofd gaan opent ze ineens haar ogen en kijkt me aan. Heel even lijkt het of de levenslust en de strijd om te vechten terug zijn, maar als ze probeert om rechtop te gaan zitten weet ik dat ik mij dat heb verbeeld. Haastig kijk ik of ik een extra kussen in de kamer zie liggen, maar ik kan het zo snel niet vinden. Ze voelt mijn onrust en begint zacht tegen me te praten.
‘Laat dat extra kussen maar zitten. Fijn dat je er nog bent.’
‘Ik wilde je nog niet alleen laten.’ Mijn stem trilt een beetje en ik probeer mijn tranen te bedwingen. Ook zij vecht tegen tranen.
‘Maak je om mij geen zorgen, het is mooi geweest. In je herinnering zal ik voortleven. Vergeet mij niet, denk af en toe nog eens terug aan de mooie momenten die wij hebben beleefd.’ Even aarzelt ze voordat ze verder praat. Ze zucht en vervolgt: ‘ik hoop dat ik een voorbeeld voor je heb kunnen zijn, maar vergeef mij ook de dingen die ik niet goed heb gedaan en die je niet leuk vond.’
‘Ik zal je missen’, fluister ik door mijn tranen heen, en ik zie dat ze terwijl ik dat zeg haar hoofd een beetje opzij draait. Haar ogen gaan dicht en ze valt opnieuw in slaap. Het einde is nabij, dat besef ik maar al te goed. Met mijn hand streel ik nog een laatste keer over haar wang. Dan sta ik op. Kijkend naar haar ooit zo knappe gezicht en ooit zo prachtige blonde haar, loop ik achteruit naar de deur van de kamer.
‘Je bent een mooi mens’, fluister ik in haar richting. Ik draai me om, doe zachtjes de deur open en loop de kamer uit.

 

Foto: Egbert Voerman

Volg Schrijver Anja op Social Media

2 gedachten over “Het is goed zo

  1. Mooi Anja!!! Je verhaal raakt me!! Herkenbaar punt mee gemaakt met mijn opa vorig jaar. Ik sprak tegen hem een dag voor zijn dood. Hij lag te slapen. En opeens opent dje zijn ogen en probeert te lachen naar me.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *